Kernidee
De horizontale waterlijn leest eerst als scheiding: boven en onder, lichaam en beeld, zekerheid en mogelijkheid.
De reflectie maakt die scheiding complexer. De figuur aan de andere kant is vertrouwd, maar beweegt in een andere zwaartekracht en laat de danser opnieuw naar zichzelf kijken.
Druppels komen samen, vallen uiteen en vormen zich opnieuw zonder hun aard te verliezen. Zo ontstaat een zachte metafoor voor een identiteit die van vorm kan veranderen en toch verbonden blijft.
De solo wordt een duet zonder tweede liveperformer. De digitale dubbelganger draagt herinnering, mogelijkheid en de delen van ervaring die niet rechtstreeks bereikbaar zijn.
Het werk wist de grens niet uit, maar maakt haar doorlaatbaar. Verbinding begint wanneer verschil wordt erkend in plaats van tot gelijkheid gedwongen.