Kernidee
Dance of the Wolves imiteert niet het fysieke uiterlijk van wolven. In plaats daarvan vertaalt het hun alertheid, orde, samenwerking en collectieve kracht in toneeltaal. De dansers bewegen als groep en schakelen tussen afscheiding, nadering, stilte, achtervolging en gesynchroniseerde vooruitgang. Elke persoon behoudt een onafhankelijk gevoel voor actie, terwijl het algehele ritme hen in een gedeelde richting trekt, wat de manier oproept waarop een wolvenroedel elkaar in een complexe omgeving waarneemt en beantwoordt.
De roedel die in het werk wordt weergegeven, is niet alleen een symbool van geweld of aanval. Het drukt ook het oordeel, het vertrouwen en de onuitgesproken coördinatie uit die nodig zijn om samen het onbekende tegemoet te treden. De individuele kracht kan beperkt zijn, maar zodra er verbindingen rond een gemeenschappelijk doel ontstaan, verzamelt de verspreide energie zich tot een krachtiger geheel. De formaties breiden zich uit van geïsoleerde verschijningen naar een compleet ensemble, wat een reis suggereert van alleen zoeken naar het vinden van steun, erbij horen en een gedeeld pad.
De schermwereld is opgebouwd uit zwarte ruimte en koud wit en ijzig blauw licht. Herhaalde scherpe vormen, verticale lichtreeksen en elkaar kruisende lijnen lijken op bossen, ravijnen en grenzen in de nacht, evenals op de paden die een voorwaarts bewegende roedel achterlaat. De beelden openen, trekken samen en breiden zich uit met de posities en formaties van de dansers, waardoor het scherm van een achtergrond verandert in een veranderende omgeving waarin de artiesten zich bevinden.
In de relatie tussen performer en scherm belichamen de dansers echte lichamen en de menselijke wil, terwijl het scherm onzichtbare emoties, kracht en collectief bewustzijn zichtbaar maakt door middel van licht. Wanneer de dansers uit elkaar gaan, verdelen de beelden zich in onafhankelijke zones; wanneer ze samenkomen, verbinden de lichtstructuren zich opnieuw en verspreiden ze zich over het podium. Echte artiesten en virtuele ruimte reageren op elkaar, waardoor het publiek het peloton kan voelen samenkomen zonder een letterlijke wolf te tonen.
Het werk evolueert van terughoudendheid en verhulling naar expansie en bevrijding. Naast de snelheid en kracht van een bewegende roedel, onderzoekt het hoe individuen metgezellen vinden, vertrouwen opbouwen en een gedeelde richting vormen onder druk, duisternis en onzekerheid. Het centrale idee is dat een echt sterke groep de individualiteit niet uitwist: ieder persoon vindt een plaats binnen het gemeenschappelijke doel, en elke individuele kracht wordt versterkt door het geheel.