Kernidee
De danser beweegt door een grafische wereld die nooit bij één stijl blijft. Elk hoofdstuk introduceert een nieuwe spelregel; het lichaam laat het publiek zien hoe die werkt.
Cirkels vormen het terugkerende anker. Ze kaderen een pose, vergroten een draai of sturen de blik heel precies zonder de performer te overstemmen.
Kleurwisselingen zetten emotionele leestekens: rood voelt urgent, zwart-wit maakt ruimte en blauw of groen brengt een vloeiender, speelser register.
De lichtcontour verdubbelt de danser zonder diens plaats in te nemen. Een vluchtige pose groeit uit tot een grafisch beeld dat de hele zaal bijblijft.
In de kern draait het werk om nieuwsgierigheid: het plezier van ontdekken hoeveel relaties één lichaam en één scherm kunnen aangaan.